Feeds:
Berichten
Reacties

Cameron lijkt het weer voor mekaar te krijgen. Zijn nieuweling ‘Avatar’ lijkt gemaakt om bioscooprecords te laten sneuvelen. Twee records staan al op zijn naam met Avatar. De voorbereiding van de film duurde bijna zestien jaar, maar daarnaast wordt dit vooral de duurste film ooit, met een budget van 366 miljoen euro.Twaalf jaar na Titanic verbaast Cameron opnieuw de wereld. Met duizelingwekkende getallen en met grafisch een al even duizelingwekkende film.

De film bestaat voor meer dan 60 procent uit computergegeneerde objecten. Het Nieuw-Zeelandse bedrijf Weta Digital, bekend van The Lord of the Rings van Peter Jackson, staat voor de meeste daarvan in. De muziek voor de film werd, net als voor de films Aliens en Titanic, gemaakt door James Horner.

Avatar: gemaakt om te verbluffen

De filmpers oogt lyrisch
De film lijkt de immense hype en de enorme verwachtingen in te lossen. Empire geeft Avatar vier sterren in 2D en vijf in 3D. De film is immers ook te zien in een driedimensionale versie. “Avatar heeft z’n gebreken, maar is uiteindelijk een fantastische tour de force”, schrijft het toonaangevende filmtijdschrift. Andere filmgoeroes schrijven: “Twaalf jaar voorbereiding en vier jaar productie hebben er voor gezorgd dat geen enkel detail in de film onbelangrijk is. Cameron’s team excelleert. Te beginnen met de acteurs. Of ze nu mensen spelen of aliens: iedereen brengt fantastische vitaliteit in z’n rol.”

“Cameron heeft alles doordacht. Met elk beschikbaar middel leidt hij de kijker door de film als een meestertacticus. De film duurt 161 minuten, maar daarvan is er geen één verspild, there is no downtime. Cameron, Stephen Rivkin en John Refoua hebben Avatar een ademloos tempo opgelegd, eentje dat voortdurend opwindt en nooit vermoeit.”

Zwak verhaal?
Straffe woorden voor een film waarvan het verhaal velen de wenkbrauwen zal doen fronsen. Jake Sully (gespeeld door de Australiër Sam Worthington) is een gewonde oorlogsveteraan in de toekomst, die onvrijwillig met enkele anderen naar de planeet Pandora wordt gebracht om deze te koloniseren voor de mensheid op Aarde. Daarvoor neemt hij de gedaante aan van de levensvormen op de planeet Pandora. De planeet wordt bewoond door de Na’vi, een mens/machine-achtig ras met hun eigen taal en cultuur. Die hebben een blauwe huid, een staart en zijn veel langer dan de mens. De Na’vi doen er alles aan hun volk te beschermen tegen de mensen en Sully raakt betrokken bij hun vrijheidsstrijd, en wordt ook verliefd op één van hen.

(Bron: De Morgen)


Vanaf 18 december kun je zelf oordelen, want dan gaat de film in première.

Crisis in de media? Jawel. Dalende verkoop van dagbladen? Jawel. Internet steeds belangrijkere nieuwsbron? Jawel. Gratis media verdringen betalende media? Misschien. Is dat een gevaar voor de  media? Toch niet.

Metro, het voorbeeld bij uitstek voor het succes van gratis media. Vandaag mag de krant zich, met 17 miljoen dagelijkse lezers, de grootste krant ter wereld noemen.  Gratis heeft de toekomst, dat voorspeelde schrijver en uitgever Stewart Brand 25 jaar geleden al. Zijn idee is dat media gratis wil zijn. “On the one hand information wants to be expensive, because it’s so valuable. The right information in the right place just changes your life. On the other hand, information wants to be free, because the cost of getting it out is getting lower and lower all the time. So you have these two fighting against each other.”


De traditionele media moeten niet alleen meer tegen de nieuwe media vechten als nieuwsbron, ook de gratis media zijn een meer dan te duchten tegenstander geworden. De kans bestaat dat de gratis media traditionele dagbladen gaan overwoekeren, zodat deze een langzame dood te wachten staan. Is dat een probleem? Volgens mij niet, vergeet niet dat gratis media worden uitgegeven door mediagroepen die ook actief zijn op de markt van traditionele media. Met gratis media hebben ze goudklompen in handen. Deze kranten worden veel gelezen, zijn betrouwbaar, heel populair en de naambekendheid ervan ligt hoog. Het is niet toevallig dat gratis media volledig kunnen draaien op basis reclame-inkomsten. Het is een uitverkoren medium voor adverteerders. De aanpassing voor grote mediagroepen is niets meer dan een verlegging van hun core business.

Wat dan met de kwaliteit? Vandaag is een gratis krant een volwassen medium geworden. Indien zich de trend doorzet dat gratis media groter worden dan de betalende, zie ik mediagroepen in staat om werknemers over te hevelen naar hun ‘gratis afdeling’ om daar meer kwaliteit te bieden. Trouwens vind ik het idee dat een krant meer kwaliteit biedt, een doorprikte zeepbel. Een krant geeft een beknopt overzicht van wat er zich in de wereld afspeelt. Kwaliteitskranten durven daarbij soms nog extra duiding geven, populaire kranten doen dit nauwelijks niet meer. De kracht van kranten op het denkproces bij mensen is afgenomen. Mensen denken zelfstandiger, en zijn door eigen ontwikkeling kritischer geworden. Wie meer duiding wenst, zet zelf de stap naar internet om achtergrondinformatie te verkrijgen, en debatteert actief op blogs en fora. Hun mening over nieuws wordt gevormd door het debat tussen andere mensen. Het tikkeltje extra kwaliteit die een krant vroeger de mensen gaf, kan vandaag perfect op internet worden gevonden.

Een ander onderzoek toont aan dat de jeugd vandaag een gratis krant even goed vindt als een betalende krant. Oudere mensen delen die mening dan weer niet. Logisch, zij zijn opgegroeid met de gedachte dat de waarheid alleen in betalende media stonden. Van gratis media was toen nog geen sprake. Echter, volgens mij zullen de gratis media binnen vijftig jaar nog altijd bestaan. Generaties zullen opgroeien met het idee dat gratis media betrouwbaar zijn, en meer voordelen hebben dan betalende media. Andere doelgroepen worden aangeboord (onder andere mensen die anders geen krant zouden kopen) en zullen die media blijven gebruiken. Ik denk dat gratis media de rol van betalende media kunnen overnemen.

Een gratis krant blijft een krant. Het gevoel van papier in de hand en de geur van het papier blijft behouden. Dat gevoel heb je niet in op het internet, dat meer dient als verlengde van een krant. Verdwijnen, nooit. Veranderen, zeker.

De goudklomp: gratis media zijn dagelijks ‘uitverkocht’

Kester. Mei 1940. Het dorp van VNV-leider en collaborateur Staf De Clercq maakt kennis met de oorlog. Augusta De Doncker (83) werkte samen met haar zus als dienstmeid in Brussel. “Het was niet gehoord dat een boerendochter in de fabriek ging werken. Maar bij het uitbreken van de oorlog had vader ons liever kort bij hem. Hij verbood ons om nog in Brussel te gaan werken. We zijn tegen wil en dank in een fabriek gaan werken. We konden niet tegen de harde mentaliteit en de vulgaire mensen, maar we deden wat je in de oorlog kon doen: overleven.”

Het begin van de oorlog heeft Augusta via de radio vernomen. Haar broer werd opgeroepen om mee te vechten, maar werd gevangen genomen en moest als krijgsgevangene werken bij een boer in Gelsenkirchen. De burgemeester van Kester heeft hem daar kunnen bevrijden met een smoes. “Hij trok samen met mijn vader naar de Duitse commandant in Brussel om aan te geven dat Victor mijn vader moest vervangen op de boerderij omdat hij zogezegd ziek was. Mijn vader haalde overal in de streek melk op. Toen hij de commandant wijsmaakte dat die melk voor Duitsland bestemd was, kregen ze Victor vrij. Hij mocht een maand mijn vader vervangen. Na die maand vertrok hij naar Engeland en werd paracommando. Pas na de oorlog hebben we hem teruggezien.”

Augusta had geluk dat ze afgelegen woonde. “In de verte zagen zowel de Engelsen als de Duitsers aan- en afrijden. Thuis konden we goed rondkomen. We hadden konijnen, kippen en schapen om van te leven. Varkensvlees aten we nauwelijks. Mijn vader kocht een varken, voederde het en slachtte het. Een deel was voor ons, de rest verkocht hij aan een smokkelaar. Met dat geld kocht hij dan weer een varken. Vluchten deden we niet, mijn vader zei dat hij liever thuis stierf dan langs de kant van de weg.”

In Kester vonden in de jaren ‘30 de beruchte VNV-Landdagen plaats, Staf De Clercq verzamelde er al zijn aanhangers om te manifesteren. Het dorp werd de ideale uitvalsbasis voor ‘De Zwarte Bende’. “De collaborateurs probeerden jongens voor zich te winnen om mee te vechten met de Duitsers. Daarbij gebruikten ze veel geweld. Ooit had een jongen zich verzet omdat hij niet wou meegaan. Hij werd ter plekke doodgeschoten. Het was de enige oorlogsdode uit de omstreek. Toen ze in 1942 het graf van Staf opbliezen, hoorden we de knallen. Zijn stoffelijk overschot werd publiekelijk bespot. Een grote fout van de verzetstrijders.” En zeker niet de enige volgens Augusta. “Ze sneden het haar af van de vrouwen die een relatie hadden met een Duitser of iemand van De Zwarte Bende. De oorlog was zo sterk dat ons eigen volk, mijn buren, een vijand werd.”

Brood en spelen
De bevrijding herinnert Augusta zich goed. “Engelse soldaten hadden langs de weg een vrachtwagen achtergelaten. Hij startte niet meer. Mijn vader durfde hem niet te openen omdat hij dacht dat die vol dynamiet zat. Beetje bij beetje kwamen we dichter. Toen we hem openden, bleek hij vol te zitten met chocolade, boter en ander voedsel. Alles werd uitgedeeld aan de buurt, onze angst maakte plaats voor feest.”

Strijd na de oorlog
De strijd was voor Augusta echter nog niet gestreden. De oorlog had van haar broer een ander mens gemaakt. “Victor was een brave kerel, maar driltrainingen en moordpartijen hebben die jongen kapotgemaakt. Soldaten werden opgeleid om mensen te doden. Na de oorlog kon Victor niet aarden in het gewone leven. Samen met vrienden zocht hij troost in de drank. De alcohol werd zijn lichaam zo machtig dat hij aan achtervolgingswaanzin leed. Vier keer heb ik hem in de psychiatrie laten opnemen. Zijn vriend uit de oorlog heeft zich door de mond geschoten. Iets later heeft Victor zich opgehangen. Het laatste wat ik kon doen was hem de rust schenken waar hij sinds de oorlog naar op zoek was. Ik begroef hem in ons mooie Kester.”

Augusta vindt nog altijd geen verklaring voor de oorlog. Beiden waren fout volgens haar, al blijft ze genadig hard voor Duitsland. “Het land moordde zonder reden om hun eigen stukje grond. Het is hen na vele jaren gelukt, maar dit Duitsland is op lijken gebouwd.” Augusta wijst ook de politici met de vinger. “Zij moeten in de toekomst elke oorlog proberen te voorkomen. Ideologie of geloof mag daarbij geen rol spelen.”

Vele wegen leiden naar Rome, maar alle wegen blijken naar de school te leiden. Maar zijn die wegen altijd even snel en veilig? Brussel Deze Week deed drie keer de afstand Erasmusstation-Arteveldestraat, een afstand van 7 kilometer die je van aan de rand tot in het centrum van de stad brengt. Metro, fiets of auto, wat is nu het beste vervoersmiddel in hartje Brussel?

METRO

8u04.Het is verdomd koud als ik de metro in Erasmus instap. Slaapdronken zoek ik een plaats in het verlaten metrostel. De metro rijdt de grote zwarte koker in, terug naar de nacht. In CERIA, na vijf minuten pendelen, ploft een jongedame zich naast me neer. Een frisse verschijning van vooraan in de twintig. Onze lichamen raken elkander. Mevrouwenkleren met mevrouwenbenen. En mevrouwengeuren. Ik had het slechter kunnen treffen. Niet dat we een conversatie zouden beginnen, want dat is not done in een metro. Alleen slapen en kranten lezen lijken er toegelaten. Of anoniem naar je Ipod luisteren, liefst de muziek niet te luid om de ochtendhumeuren niet wat extra te voeden. Ik staar door de ramen naar buiten. Maar naar wat in godsnaam? Naar de met graffiti bespuugde muren? Naar het deken dat een zwerver heeft achtergelaten na een zoveelste slapeloze, koude nacht? Niemand beseft dat ik er eigenlijk een spelletje van maak. De lichten in de metro geven een sublieme reflectie af op de donkere ruiten, een reflectie die me toelaat met de blik op oneindig de mensen naast me in de gaten te houden.

Station na station stappen mensen op en af, vergezeld van een irritante koude luchtstroom. Het valt me op dat iedereen zo snel mogelijk die metro af wil. Het is zo’n plaats waar je liever niet wil zijn, maar waar je moet zijn om te weten dat het er goed is. Snel en efficiënt. Stoppen, deuren open en toe, en vertrekken. Aan iedere halte, als een automatische schakeling, als een onderdeel van de dagelijkse sleur. Geen reden om na te denken, geen tijd om stil te staan. Bedrukt, haastig of vermoeid, zolang we maar snel genoeg bovengronds zijn. 8u19, we rijden Weststation binnen. Altijd opnieuw die afgrijselijke blauwe wall die zelf de grootste slaapkop op de metro op zijn plaats zet: beste reiziger, dit is een werkdag, tijd om wakker te worden. De metalen stem prevelt de woorden Saint-Catherine/Sint-Katelijne uit. 25 minuten nadat ik de buik van de metro betrad, bezondig ik mij aan de fout van de anderen. De sprint naar de deur is ingezet, met een snelle blik op de horloge. 8u29. Conclusie: de metro is snel, saai en anoniem.

Totale tijd: 25 minuten, Verloren tijd door stil te staan: 3 minuten, Score: 7/10

FIETS

8u04. Same place, same time. Met de fiets deze keer. De eerste meters zijn een grote luxe. In no time haal ik twee fietsers in, adolescenten met bestemming Sint-Niklaas-Instituut vermoed ik. Het fietspad zit als gegoten, ik fiets zoals een bal op de biljarttafel zou rollen. Voor even dan toch. Brico-Plan-It, de verbazing is me iets te groot als het fietspad voor mijn wielen dood loopt. Frappant, op dezelfde plek begint aan de overkant van de straat het fietspad. Alsof de stad Brussel mij duidelijk wil maken: fietser; vanaf hier betreed je de stad op eigen risico. Het is kiezen tussen de hel en het vagevuur: het voetpad dat is herschapen in een ondoordringbaar hindernissenparcours of de autobaan, die je een weg naar het hiernamaals leidt. Maar waar een wil is, is een weg. Het is nu toch al 8u11, binnen minder dan een uur hoor ik achter de schoolbanken te zitten. Ik kies voor de eerste optie, het voetpad. Vuilnisbakken, lantaarnpalen, bushokjes, alles is er op mijn weg neergepoot om de snelheid te beperken tot een tiental kilometer per uur. Om van de vele voetgangers aan het Bizetplein nog maar te zwijgen. En dan nog ga ik sneller dan de auto’s. Best grappig hoe twee studentenbenen sneller kunnen zijn dan honderd paardenkracht. Minder grappig is dat het regent, wat het voetpad toch wel vrij glad maakt. De losliggende stenen en spekgladde kasseien maakt dat mijn fiets iets van een losgeslagen drilboor heeft. Enige stuurvaardigheid is vereist, opletten een must, voorzichtigheid een noodzaak. Iedere voetganger ziet me afkomen, ik ben met mijn fluovest dan ook de enige die wat fleur brengt op deze vrijdagochtend. Ik val op tussen de grijze massa van huizen, straten en mensen, en dat heb ik geweten. Meer dan eens zie ik een voetganger wegvluchten voor mijn wielen. Om de mensen van ’s morgens vroeg al niet de stuipen op het lijf te jagen, vervolg ik de rit op de autobaan.

Net zo snel dat de regen op mij neersijpelt, sijpelt het binnen dat ik nu opgejaagd wild ben. De ruimte tussen de wagens is niet meer dan de breedte van mijn stuur. Of zelfs minder. Er zijn gezelligere manieren om op school te raken. 8u22, de baan splitst zich in een auto- en busstrook. Geen bus te bespeuren, dus trap ik harder als nooit voorheen, en jaag mezelf tot tegen de dertig kilometer per uur. In hartje Brussel is dat – op een fiets of auto – snel, héél snel. Alsof je de waanzin voorbijsnelt en alles achter jou laat surplassen. Helaas moet ik snel vol in de remmen, omdat ik de Anderlechtsepoort nader en voorzichtigheid wil inbouwen. Ik wil niet eindigen zoals egeltjes die de baan oversteken, al voel ik me er op dit moment wel een. Ik heb geluk, ik snap de bedoeling van verkeerslichten, egeltjes niet. De rit zit er al bijna op, en dat vind ik best wel spijtig. 8u32, ik plaats mijn fiets in de voorziene plaats aan de school. Conclusie: de fiets is uitdagend, avontuurlijk en gevaarlijk.

Totale tijd: 28 minuten, Verloren tijd door stil te staan: 4 minuten, Score: 6/10

AUTO

8u04. Deze keer met de auto. Als er voordelen zijn aan een auto, is het één: je zit er droog, en twee: je zit er warm. Wat een luxe in vergelijking met fiets en metro. Daar stoppen de voordelen dan ook. Het eerste gedeelte gaat nog vrij vlot, tot ik de Bergensensteenweg oprijd. Verkeerslichten kunnen blijkbaar niet alles oplossen. Het is veilig, maar traag. Misschien beter, maar niet als je ergens op tijd moet zijn. Eens de oversteek gemaakt, zie ik tot aan de horizon niets anders dan auto’s. Spontaan denk ik: Antwerpen is de stad, al de rest parking. Zouden die luidbekkende sinjoren dan toch gelijk hebben? Ja, het is pijnlijk als je voetgangers doodleuk voorbij je auto ziet stappen, als je fietsers tussen de auto’s ziet paraderen, zich een weg banend door de immense file.

8u18. Metrostation Het Rad. Het verlangen om me ergens in een zijstraatje te parkeren en de metro te nemen, overvalt me. Zo erg dat ik niet doorheb dat ik kan doorrijden. Niet voor lang echter. Rijden in Brussel is een getrappel tussen ontkoppeling en rem, het motorgeluid een symfonie van optrekken, uitbollen en piepende remmen. Reken daarbij nog eens de rood oplichtende lichten en hier en daar het getoeter van een ongeduldige ziel. Je zou het zowaar nog mooi gaan vinden. Echter, daarvoor zijn de cijfers iets te confronterend. Met de auto van Erasmus tot aan de school doe je tegen een gemiddelde van nog geen vijftien kilometer per uur. Over diezelfde afstand, iets minder dan zeven kilometer, slaag ik erin om niet minder dan acht minuten niets anders te doen dan stil te staan. Het geschikte moment om aan de radioknoppen te prutsen of de krant snel door te nemen. Het is ondertussen 8u36, en is de auto daarmee officieel het traagste vervoersmiddel om op school te geraken. ‘bestemming bereikt’ laat de dame uit de GPS verstaan. Bestemming wel, parkeerplaats des te minder. Hoe langer ik rondrijd voor een plaats, hoe minder kans ik maak om er eentje te verzilveren. Conclusie: de auto is traag, enerverend en voor luxebeestjes die niet tegen koude en regen kunnen.

Totale tijd: 32 minuten, Verloren tijd door stil te staan: 8 minuten, Score: 4/10

Hoe graag ik het als Anderlecht-supporter zou willen vergeten en vergeven, ik kan het niet. Ontbreekt het mij aan relativering? Of aan de nodige gevaren die ik bij het spelletje ‘voetbal’ moet incalculeren? In mijn hoofd heb ik tegen wil en dank de wedstrijd Anderlecht-Standard al meermaals afgespeeld, ik heb Wasyl’s been honderd keer zien breken. Wat ik die bewuste avond op en naast het veld heb mogen aanschouwen, hebben een diepe indruk op mij gemaakt. Voetbal liet me eindelijk zijn ware gelaat tonen. Een wereld van concurrentie, strijden op de golven van haat. Breken of gebroken worden. Is dit nu voetbal, de sport waar ik als vijfjarig peutertje zo verliefd op ben geworden?

“Het toont enkel aan welk gevaar er schuilt door blind achter een vlag te marcheren. Of die nu rood of mauve is. Met mij, of tegen mij. Zonder nuances. Zonder enige vorm van kritische geest. We willen geen filosofisch of politiek debat lanceren. We praten over voetbal. Beide clubs, ongeacht hun rol of functie, moeten een moreel akkoord tekenen.” Een redacteur in La Meuse heeft het zo mooi verwoord. Wat in de nadagen van die wedstrijd allemaal gebeurde, overschrijdt de grenzen van het voetbal. Als Standard wil dat de hetze stopt, moeten ze volgens mij niet in beroep gaan tegen de schorsing van Witsel. En dan spreek ik niet in naam van Anderlecht. Zou Wasyl ook zo denken: “maar 10 speeldagen!?” Wasyl denkt aan de pijn die hij nauwelijks kan dragen. Hij denkt aan de vrouw en kinderen die radeloos aan zijn ziekenhuisbed staan. Hij denkt aan het moment dat hij de noppen onder zijn voeten weer kan voelen. Liefst van al op de grond van zijn geliefd Astridpark.

Misschien was een eenvoudige verontschuldiging vanuit Luik een eerste stap in de goede richting. Om de geloofwaardigheid van de club te behouden, maar ook om de strijdbijl te begraven. Ik heb het gevoel dat de acties die in Luik worden ondernomen, in hun eigen gezicht zullen ontploffen. Niemand gelooft nog in de oprechtheid van Standard. De excuses van Witsel vallen plots héél licht uit. Excuses van de club niet, want die zijn er nooit geweest. Het is niet omdat je de hele zaak betreurt, dat je een deel van je verantwoordelijkheid die je als club in het incident hebt, opneemt. De communicatie van de Anderlecht-top had, met name manager Herman Van Holsbeeck, in het heetst van de strijd wat subtieler gekund, maar ze zijn wel te rechtvaardigen. Na zondagavond heeft niemand vanuit Anderlecht nog met de pers gecommuniceerd. De woede blijft waar ze moest blijven, binnenkamers.

Standard komt met een groots opgezette en totaal misplaatste mediacampagne op de proppen en doen er alles aan om de schuld die ze treffen van zich af te schuiven. De tackle was de fout van Wasyl of een spijtig voorval, de uitspraak was een fout van de KBVB. En nog meer was het een treffen tussen Vlaanderen en Wallonië. BASE werd een geldtoestoppende vijand. Witsel werd Wasyl, Wasyl even Witsel. Een eigen speler verdedigen mag, hem ontrekken van sportieve waarden en normen niet. Twee landstitels en twee Gouden Schoenen geeft Standard in geen geval een vrijgeleide om zich als koning van het Belgische koninkrijk te wanen. A good name is sooner lost than won. In de valkuil die Standard zichzelf heeft opgezet, zijn club en spelers met blinde woede ingelopen. Zonder mogelijke vluchtroutes te overwegen. Waarom geen oprechte steunbetuiging? Waarom geen verontschuldiging van spelers en club? Dit soort houding van de club zou moeten afgekeurd worden door iedere Belgische club.

Johan Derksen, Nederlands voetbalspecialist en redacteur bij Voetbal Internationaal, sprak van een schande voor het voetbal en was bikkelhard voor Witsel en Standard. “Een speler die zicht zo misdraagt op het veld, is het niet waardig om het logo van zijn club te dragen. Blijkbaar snappen ze dat in Standard niet, want dit alles is bijzonder schadelijk voor hun imago. Gemeende spijt maakt plaats voor krokodillentranen. Collegialiteit voor rivaliteit en lafheid. Ik snap niet waar ze het lef vandaan halen om in beroep te gaan tegen de schorsing. Zijn ze vergeten dat er in het ziekenhuis een speler ligt met een complexe beenbreuk die aan het vechten is tegen het einde van zijn carrière?”

Over naar de bewuste fase. Ik wil geen gelijk halen, gewoon omdat alles relatief wordt in vergelijking met de dramatische gevolgen van die tackle. Witsel wou zeker geen been breken, maar ik ben ervan overtuigd dat hij Wasyl doelbewust wou blesseren. Als voetballer weet je dat over de bal trappen, gecombineerd met een gestrekte voet vooruit, zowat het gevaarlijkste is wat je als speler kan doen. Witsel verkondigde dat hij Wasyl niet meer kon ontwijken. Witsel zag dat Wasyl kwam aanglijden, en had volgens mij voldoende tijd en ruimte om overheen Wasyl te springen. Alleen al om die reden vind ik 8 speeldagen schorsing meer dan gerechtvaardigd. “Wasyl gaat te hard in het duel, dan nog met de voeten vooruit.” Wat moet hij anders doen bij een tackle? Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het bij Witsel nog niet is doorgedrongen welke schade hij heeft aangericht. Dat was tijdens de bewuste fase ook zo. Na de tackle kijkt Witsel nauwelijks nog om naar Wasyl. Onmiddellijk pleit hij onschuldig door een armgebaar, en loopt weg van de hele situatie. Gedesinteresseerd in de situatie wacht hij op z’n rode kaart. Volgens zijn medespelers nog een hard verdict.

Op één of andere manier ben ik – hoe cynisch en sadistisch dit ook mag klinken- tevreden met wat die zondagavond gebeurd is. De wedstrijd die ik zondag zag, geeft perfect weer waar we ons voetbal toe dwingen. Het geruzie van de bestuurstoppen werd breed in de media uitgesmeerd. Opnieuw zegt die ene redacteur van La Meuse waar het op staat. “Op de top begint het met de directie langs beide zijden, en aan de basis, tussen de supporters. En laten we in het midden de spelers niet vergeten. Maar ook wij, de journalisten, hebben onze verantwoordelijkheid. Te vaak proberen we het evenement op te pompen. Wat ook de reden van het ongeval is, maakt weinig uit.” We zijn met het voetbal in een vicieuze cirkel terecht gekomen. We hebben putten gegraven voor de anderen, maar zijn er zelf ingetuimeld.

Tijdens de wedstrijd heb ik zoveel dingen gezien die ik in de vuilste stadsderby niet had kunnen bedenken. Collet die Chatelle op Wasyl’s wijze een elleboogstoot uitdeelt, de onnodige charge van De Camargo op Polak, de gruwelijke tackle van Witsel, het uitdagen van Defour, Mbokani en Bolat van het publiek. De reacties van Sarr, Bölöni en Van Holsbeeck, de racistische opmerkingen van supporters aan het adres van N’Zolo, Mangala en Sarr. Het bewust opnaaien van de Anderlecht-spionkop door Van Damme. Ik neem bewust ook Anderlecht-spelers op de korrel, gewoon, omdat je zoals in elke oorlog, met twee bent. Het is een strijd die niet kan en mag gewonnen worden. Voetbal moet gestreden worden met een bal, met doelpunten en met spelers die spreken met fluwelen voeten, niet met ergens in de wolken verdwaalde pseudovedetten en botte; bijtende voetbalnoppen.

Een opvallende speler in de hele zaak is de voetbalbond. Althans, het zou een opvallende speler moeten zijn. De KBVB heeft zoals iedere normale mens geoordeeld: het probleem aanpakken als het zich voordoet. Maar het is juist de KBVB die elk mogelijk probleem moet voorkomen. En het moet vooral niet het eigen personeel beschermen. Kijk, een speler in provinciale wordt voor één jaar veroordeeld omdat hij de scheidsrechter verbaal aanvalt. Een Gouden Schoen met voorbeeldfunctie krijgt tien speeldagen voor een -al dan niet- bewuste overtreding met beenbreuk als gevolg. Is dat een waardige verhouding? Waar was de KBVB tijdens het debacle Van Damme? Waar was de KBVB tijdens de uit de hand gelopen testmatchen? En waar is de KBVB nu? Het probleem is niet enkel opgelost door Witsel te schorsen. Als voetballiefhebber vind ik dat Standard moet gestraft worden voor hun respectloos gedrag. Als de voetbalbond fair play dan toch zo hoog in het vaandel draagt, is dit de ideale case om in te grijpen en voor eens en altijd duidelijk te maken hoe fair play er moet uitzien. De voetbalbond moet iedereen een geweten schoppen. Van scheidsrechter tot speler, van supporter tot bestuurslid.

Iemand die zegt dat zulke fouten als Witsel elke wedstrijd gebeuren, die gaat compleet de mist in. Moest dat het geval zijn, zou geen enkele speler het veld nog durven betreden. Dat er veel te zware fouten gebeuren, moet ik wel bekennen. Anders zou ik de waarheid negeren. Het feit dat het Witsel eerste grove fout is, mag in geen geval als excuus gelden. Een voetballer moet zonder fouten leren spelen, zware of lichte. En wie beslist er over fouten? Bölöni spreekt vandaag over een spijtig voorval, maar schreeuwde vorig jaar moord en brand bij een gelijkaardige fout van Sonck op Marcos. Het toont aan dat voetbal voor deelnemers alleen maar subjectief kan zijn, en daarom objectief moet worden beoordeeld door een perfect werkend controlerend orgaan, één die er in België nog steeds niet is. De KBVB hinkt nog steeds achterop inzake het aanpakken en bepalen van strafmaten, enerzijds omdat ze het niet gewoon zijn om zulke straffen uit te spreken, anderzijds omdat ze de hulpmiddelen als tv-beelden en voetbalexperts (mensen uit het werkveld) lange tijd aan zich hebben laten voorbijgaan.

Het is als Anderlechtsupporter moeilijk om dragen dat één van onze spelers de ‘martelaar’ is moeten worden voor de staat van het hedendaagse voetbal. Zelf is Wasyl geen doetje. Al te vaak gaat hij onstuimig te werk met z’n ellebogen en vliegende tackles. Ik heb in het stadion de ogen al meermaals gesloten bij het aanschouwen van één van zijn acties. Altijd heb ik gehoopt dat zijn ‘slachtoffers’ er zonder kleerscheuren of blessures zouden vanaf komen. Het is geen excuus voor zijn daden, maar Wasyl heeft nog nooit één speler geblesseerd met zien acties. Dat dit nu juist hem overkomt, is geen reden om fouten bij Wasyl te zoeken. De twee staan los van elkaar. Wasyl straffen voor iets waarvan hij de dader zou kunnen zijn, maakt hem nog altijd geen dader of medeplichtige. De enige die hier schuld treft is en blijft Witsel. Standard zoekt naar excuses waar geen excuses te zoeken en te vinden zijn. Als Witsel predikt dat hij naast het veld een zachtaardige, voorbeeldige jongen is, dan kan dat ook van stoere krijger Wasyl gezegd worden. Maar rechtvaardigt dat zijn horrortackle? Verklaart het zijn veel te licht uitgevallen straf? Naast het veld is ook Wasyl de vriendelijkheid zelve, een grappenmaker. Op zijn kastje hangt niet voor niets een sticker van Balou de beer. Wasyl is een man met het hart op de juiste plaats, die met datzelfde hart zich ook ten volle geeft voor zijn club. Dat maakt hem zo populair bij de fans. Niet de ellebogen.

Wat ik me vaak afgevraagd heb, wat als de rollen nu eens omgedraaid worden. Wat als Witsel in het ziekenhuis lag met een beenbreuk. België zou in rep en roer staan. En aan alle voetbalsupporters van andere clubs. Wat als jullie speler zo het ziekenhuis wordt ingetrapt? Hoe zouden jullie reageren? Geen haar op mijn hoofd die denkt dat jullie anders zouden reageren. Begrijp onze woede dan ook. Het is duidelijk het voetbal de laatste jaren buiten de lijntjes aan het kleuren is. Voetbal is big business geworden. En in business durft men over lijken te gaan. Concurrentie vervaagt de empathie. Succes vervaagt de realiteit. Wanneer dat succes wegvalt, blijft er alleen frustratie en ontgoocheling over. Sportieve concurrentie mag er zijn, maar een concurrentie op basis van negatieve motieven, zorgt voor wrevel en onoverbrugbare spanningen tussen clubs. Of zoals die redacteur van La Meuse opnieuw de nagel op de kop slaat. Gedaan met de “beaucoup, beaucoup, beaucoup”, de burgerlijke procedures, de geheimzinnige gesprekken rond transfers. We vragen niet dat clubs elkaar kusjes toewerpen, maar wel om de passie die bij die clubs aanwezig is, beter te kanaliseren. Zoals altijd komt het voorbeeld van bovenaf. En omdat de besturen elkaar openlijk aanvallen, doen de spelers en supporters net hetzelfde. Als een ware vrijgeleide.


Andrew Keen, beter bekend als The Antichrist of Silicon Valley, een bijnaam die hij kreeg omwille van zijn harde kritiek op het internet en web2.0, denkt een oplossing gevonden te hebben om media te ‘verkopen’ via internet.

Keens centrale gedachte over het internet blijft even spijkerhard als controversieel: Onze huidige media gaan kapot. Alle creativiteit en cultuur gaan hopeloos verloren. Dader? Wijzelf, en het internet als medeplichtige.

De technologische vooruitgang heeft de mens veel bijgeleerd, vooral dan voor de amateurs onder ons. Zelfs de slechtste journalist of zanger kan vandaag digitale media gebruiken om zichzelf te uiten en te verkopen. Volgens Keen ‘democratiseert’ dat de media, en ‘trekt het internet het speelveld tussen experts en amateurs gelijk’.

De traditionele media zijn comateus geworden. Traditionele media zijn energieloos, waardeloos, en worden ten slotte nutteloos. Het grootste deel van de journalistiek is gesneuveld in de realiteit: onze drang om amateurweblogs te bezoeken of zelf op te starten.

In dat hele kluwen van amateurisme ontdekt Keen nu een positief gevolg. De expert moet zichzelf verkopen. Keen verwijst daarbij naar zichzelf. “Hoe meer ik blog, hoe vaker ik twitter, des te groter mijn waarde wordt en des te meer geld ik kan vragen voor een speech of ander optreden.”

Professionele journalisten moeten vechten met de wapens die de amateurs sterk hebben gemaakt, met name weblogs. Een slimme journalist kan zijn dagelijkse werk gratis weggeven, maar verdient zijn geld met boeken en lezingen. Het bijhouden van een weblog kan zo’n andere inkomstenbron op gang brengen. Journalist: verkoop jezelf via weblogs!

Sociale netwerksites gebruiken om nieuws op te speuren of fora bezoeken om vragen van de lezer/surfer te achterhalen. De nieuwe media zijn er al, maar zien we die wel?

ecosystem1Volgens Shayne Bowman en Chris Willis, auteurs van het boek ‘We Media’, moet de journalist in de toekomst weblogs, fora en sociale netwerken afschuimen om journalistiek bedrijvig te zijn. Op zijn beurt moet de journalist die informatie analyseren en becommentariëren om het te laten terugstromen naar diezelfde blogs om discussie op gang te kunnen brengen. De tijd dat mensen alles aannemen van wat de media zeggen, is al lang vervlogen. Mensen willen hun ongezouten mening verkondigen, liefst zo snel mogelijk en met iedereen. Dat kan enkel en alleen via het internet.

Het mag dan allemaal wel mooi klinken, er zijn toch heel wat valkuilen van die toekomstige media. Online nieuws moet snel gebracht worden, wat kan uitdraaien op té snel en té mainstream. Hoe moet je dat probleem nu oplossen? Volgens de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies door de zogenaamde ‘minimedia’. Kleine groepen van professionele journalisten met dezelfde interesses moeten zich volgens Davies verenigen op weblogs en zo dieper graven in hun onderwerpen dan vandaag op weblogs of in kranten te vinden is. Dieper dan vandaag zelfs mogelijk is eender welk medium.

ayumi1.jpg

Ayumi Hamasaki is de rijzende ster in de Japanse muziekwereld. De wat? Ja, de Japanse muziek,  in een ver verleden tot de beste van onze beschaving behorend, maar onder Westerse invloed en Japanse gestoordheid vervallen in een potpourri van game music, anime/manga en visual kei. De nu 30-jarige Ayumi stapte eind jaren ‘90 af van de vreselijke muziekstromingen die toen in Japan glorieerden. Met succes.

Het leest eigenlijk als een droom. We spreken 1998. Teleurgesteld in haar mislukte carrière als fotomodel – Ayumi was véél te klein- moddert ze wat aan in de anonieme grootstad van Tokyo. Niettegenstaande een verstandige 19-jarige jongedame te zijn, interesseert de school haar amper. Haar dagen slijt ze door karaokebars te bezoeken en te shoppen. Om te overleven danst ze tegen betaling in de grootste discotheek van het land. Uit deze periode zal ze later haar liefde voor dansmuziek halen. Tijdens een bezoek aan één van de onnoemelijk vele karaokebars wordt Ayumi ontdekt door een talentscout. Vanaf die dag gaat het verduiveld snel.

Ze volgt zanglessen, maar heeft eigenlijk een bloedhekel aan alles wat met leren te maken heeft. Ayumi is dan ook vaker niet dan wel in de zangschool te vinden. De wanhoop ver nabij zet haar toekomstige producer Ayumi op een vliegtuig richting New York. In een vreemde, onwennige omgeving wordt de eigenwijze Ayumi koest gehouden door lange dagen te kloppen in de studio. Ze maakt er kennis met de Westerse muziekwereld. Om de eenzaamheid op te vullen, schrijft ze op haar kamertje vele brieven naar het thuisfront Japan. Zo ontdekt ze één van haar grootste talenten, de gave om bloedmooie teksten te schrijven. Voor ons is dat Japans gebrabbel niet te begrijpen, maar wie een vertaalde tekst in handen krijgt, kan het alleen maar beamen. Kenmerkend is de filosofische ondertoon in die teksten, alsook het feit dat elk lied meer op een  soort van monoloog lijkt en vaak heel persoonlijk klinkt. (onderaan staan enkele passages)

Een tweede talent is haar muzikale veelzijdigheid. Op haar elf albums varieert ze in stijlen als trance, eurobeat, klassiek, traditionele Japanse muziek, r&b, rock, metal, gospel, ballad, elektronische muziek en synthpop. Dat het haar allemaal geen windeieren legt, bewijzen haar meer dan 75 miljoen verkochte albums op een periode van nauwelijks tien jaar. Door haar immense succes wordt ze wel eens de ‘Empress of Pop’ genoemd. Daarmee plaatst ze zich doodleuk naast de beroemde titels van Michael Jackson (King of Pop) en Madonna (Queen of Pop). De invloed van Hamasuki op de Japanse muziek zou op gelijke voet staan met de invloed die Madonna en Jackson hebben gehad op de huidige Westerse popwereld.

Een ander opvallend element uit haar carrière zijn de videoclips. Technologisch zit het werelddeel Azië voor op Europa en Amerika, en dat merk je. Haar clips zijn vaak kleine meesterwerkjes. Wie niet van de muziek houdt, moet toch maar eens de moeite nemen om enkele videoclips te bekijken. Verbluffend mooi, visueel behoren ze tot de absolute top in de hele wereld. Ayumi en haar regisseurs verheffen het maken van videoclips tot een aparte kunst. Onderstaande videoclip (Jewel) is één van de duurste en mooiste clips die ooit gemaakt is. Aan het vier minuten durend schouwspel hing een prijskaartje van zo’n slordige 1 miljoen dollar. En bedenk dan eens dat ze er nog duurdere heeft gemaakt.

In 2006 lijkt het imperium echter in te storten. Ayumi Hamasaki lijdt aan de ziekte van Ménière, een ooraandoening die ervoor heeft gezorgd dat ze volledig doof is aan haar linkeroor. Iedereen die wat van muziek kent, weet dat dit een drama is voor elke muzikant. Desondanks die ziekte gaat Ayumi gewoon door op haar elan en staat ze aan het hoofd van een immens imperium. Ayumi is veel meer dan een zangeres geworden, ze is een stijlicoon. Een idool voor vele jonge Japannertjes. Haar merchandising is nauwelijks te overzien, ze speelt  mee in reclamespots en kortfilms en ontwierp een lijn met Hello Kitty-spulletjes. Ayumi zelf omschrijft het zo: “It is necessary that I am viewed as a product. I am a product.” Sinds 2008 is ze bezig met haar meest ambitieuze plan ooit: de wereld veroveren met haar muziek en de mensen te laten kennismaken met haar uitzonderlijke talenten.

Passages uit songs Ayumi Hamasaki

Remember, once more
we were born into this world crying
Your dreams and hopes for tomorrow
are all in this world.

(A song is born)

Slowly, I’ve come to realize
That I cannot heal my past
And that it’s useless
to fear the future I can’t avoid

(No way to say)

Just because this age is full of information and temptations
We should decide on our own
You know
That creation comes after destruction

(Talking to myself)

www.avexnet.or.jp/ayu/en/

Battles is een Amerikaanse post-rockband met thuishaven New York. In 2003 besluit het viertal hun eigen project een kans te geven, en zo ontstaat Battles. In 2007 brengen ze hun eerste album ‘Mirrored’ uit. Volgens vele Amerikaanse muziekbladen is ‘Mirrored’ tot op vandaag  één van de beste en meest vernieuwende platen die de voorbije jaren de weg naar de winkelrekken heeft gevonden. En terecht, Battles weet uit de vreemdste geluiden een muzikaal plezier te scheppen.

Battles460

Battles maakt geen hapklare muziek. Alle songs zijn dan wel zorgvuldig opgebouwd, maar er wordt zwaar gevochten met de instrumenten. Melodieus gaat over in dissonantie, zware rock wordt gecombineerd met de nieuwste electronica, alles wordt tot een virtuoos geheel gekneed waarbij je hoort dat je hier met vier topmuzikanten te maken hebt. Gedurende de hele plaat blijven ze een briljant ritmisch geheel vormen in de muzikale chaos en wanorde die ze maken. Dansbaar, triphoppend of rockend, het blijkt geen probleem voor Battles. Opvallend (en tegelijk ook controversieel) is de zang van de band. Elke noot die gezongen wordt, is door één of meerdere computers gehaald. Zo klinkt de stem versneld, verhakkeld of voorzien van een ‘tien-liter-helium-ingeademde echo’. De stem fungeert eerder als een toevoegend instrument. Battles kenmerkt zich door een ontzettend hoog drumtempo, vreemde plotwendingen in de songs, alsook de voortdurende drang naar vernieuwing. Zo bespelen de gitaristen de snaren van hun gitaar via toetsenborden en is er één bandlid die niets anders doet dan pedalen indrukken en allerlei stekkertjes in versterkers plugt om de instrumentatie alles behalve normaal te laten klinken. Battles wordt wel eens de ‘wiskundige van de rockmuziek’ genoemd. Maths on Music. Laag voor laag borduren ze elk met hun instrument verder op eenzelfde basis. Altijd vallen de klanken op hun plek. Vooral live is die geniale manier van muziek spelen imponerend. Veel van die wiskunde wordt verwekt in het brein van muzikaal wonderkind Tyondai Braxton, zoon van Anthony Braxton, een invloedrijke Amerikaanse componist en muziekfilosofoof.

battles2007

Batlles is en blijft een klasse apart. Hun muziek is niet makkelijk in een bepaald genre te duwen, en hun muziek is nog moeilijker om te doorgronden. Hun berekende muziek wordt iets te vaak genegeerd, volledig ten onrechte. Er bestaat geen andere band die rock, metal, dance,  jazz, minimal music, electro en beatbox tot zo’n perfect geheel weet te combineren en te componeren. Battles is niets minder dan briljant vakmanschap. Battles verheft zijn muziek tot pure kunst.

Battles – Tonto

Battles – Leyendecker

Battles – Atlas

Enkele muziekbladen en -sites over Battles:

“Dit is de discotheekmuziek van de drieëntwintigste eeuw” – Goddeau.com

“Mirrored is a breathtaking aesthetic left-turn that sounds less like rock circa 2007 than rock circa 2097, a world where Marshall stacks and micro-processing go hand in hand.” – Pitchfork Media

“Wek Picasso tot leven, naai hem een oor aan en laat hem muziek spelen. Battles zou er een serieuze concurrent aan hebben.” – Cuttingedge.be

STARway to heaven

Media enige winnaar in hype rond Kimberley Vlaeminck

56 moet sinds enkele dagen zowat een magisch nummer zijn in Vlaanderen. De hype rond Kimberley Vlaeminck (18) bleef tot vervelens toe aanhouden. Hypes zijn vlagen van schaamteloos en hersenloos mee surfen op de golven van de massa. Zonder nadenken, soms wekenlang. Achteraf blijkt er voor de mens bitter weinig inhoud in te zitten. De media daarentegen hebben al die tijd goed hun zakken gevuld.

Uit protest geen foto van Kimberkey's tatoeage

Uit protest: geen foto van Kimberley's tatoeage op deze site

Uit protest vertel ik het verhaal rond Kimberley niet. Het is te veel in de media geweest. En al te vaak op de verkeerde wijze. Ik wil niet discussiëren over de verantwoordelijkheid van het meisje, ouders en tatoeëerder of over de geloofwaardigheid van het verhaal. Na enige tijd zag Kimberley zelf in dat haar verhaal niet klopte, en biechtte dan ook alles op. Ik wil Kimberley niet verdedigen, of medelijden met haar wekken. Ze wist heus wel wat ze deed. Maar wat heeft dit meisje de Vlaamse media en massa misdaan zodat ze aan de schandpaal hoort? Wat als dit voor haar een leugentje om bestwil was? Wansmakelijk vind ik hoe de media als een zwerm bijen op Kimberley afstormen alsof ze een honingpot is. Dat wil niet zeggen dat ik geen honing lust, maar ze moet goed gemaakt zijn. En met de juiste gerechten geserveerd worden. Het verhaal rond Kimberley kan opgediend worden met satire. De spotprentjes zouden niet misstaan in het Gat van de Wereld in Humo. Dit verhaal op een voorpagina van een Vlaamse krant is echter not done. De media kopen- en dat bedoel ik ook écht als kopen- hun gerecht aan en laten het smaken. Maar eten er zelf ook van. Ze herkauwen het een dagje later, serveren het als nagerecht en doen er als afzakkertje nog een schepje bovenop. Een keer inkopen doen, en een week lang de luxe om je lezers eten te geven. Of om je krant te vullen. Wie zou er niet voor kiezen.

Alle media, geen uitzondering, hebben Kimberley op de kaart gezet als voer voor hun lezers. En ze hebben smakelijk gegeten. Ook de buitenlandse media: Van Rusland tot China, van Engeland tot India. Ze haalde zelfs Amerikaanse televisiestations met haar sterretjes. Een Duitse en Engelse talkshow boden tot 30.000 euro om haar naar hun studio te halen.In vele buitenlandse kranten zie je echter zinnen staan als ‘verminkt voor het leven’ of ‘voor altijd sterretjes en ergernis?’ Iets wat wijst op medelijden of medeleven. Of toch op het minst een vorm van respect naar Kimberley toe. Behalve The Sun spot er mee – niet anders dan verwacht – door ‘Dat moet een vergissing zijn’ te schrijven. Al blijft dat ook nog vrij beleefd. De Belgische media verlagen zich tot een veel dieper niveau, kwaliteitskranten incluis.

Op de websites van kranten Het Laatste Nieuws en De Gazet van Antwerpen staan links naar de spotprentjes rond Kimberley. Bij De Morgen en zelfs De Standaard zetten ze doodgewoon een diashow van 22 spotprentjes onder hun artikel. Daarnaast toont De Standaard ook nog eens een shortlist van Twitteraars met grapjes op de sterretjes. Het Belang van Limburg maakt dan weer promotie voor The Kimberlizer, een website waar je jezelf via webcam snel 56 sterretjes kan laten tatoeëren. Google verwijst je vandaag al door naar 30.000 links, zo’n 23.000 fans telt het meisje op Facebook. Fans die haar uitlachen weliswaar. Een omschrijving van een fanpage vat alles samen: ‘voor de lol – totaal zinloos’. Ontluisterend, een groep die niet lacht met de ellende van Kimberley, telt nog geen 200 leden. Op Studio Brussel sprak Tomas De Soete over zijn starface en anderen wimpelden het hele verhaal af als een promotiestunt van radiozender MNM. De kampioen is echter HLN.be, zij tarten echt alle verbeelding. Ze hebben een fotoreeks in petto, getiteld ‘Kimberley Vlaeminck, onze ster.’ Wie de origineelste foto of de beste grap instuurt naar de redactie van de krant, maakt tot en met 22 juni kans om een fotoprinter te winnen. Ook de redacteurs van HLN.be zijn niet bepaald beleefd tegen het gezin. Ze stelden dat Kimberley “na Eddy Wally zowat de meest uitgelachen Vlaming aller tijden moet zijn”. Dat had, ik citeer de website, het niet al intelligente wicht van 18 te danken aan haar ietwat buitensporige familie.

TattooBox in Kortrijk: plaats delict

TattooBox in Kortrijk: plaats delict

Kent de media dan echt geen schroom? Een krant is niet gemaakt om met mensen te lachen, maar om mensen te informeren en hen te waarschuwen. Dit is niets minder dan leedvermaak. En winstbejag. De media hebben enkel naar eigen profijt gekeken. Haar oom is eenmalig naar de pers gestapt met één bericht: het verhaal van de 56 sterretjes. Hetgeen volgt heeft niemand anders dan de media in de hand. Moest Kimberley meer in de actualiteit komen? Camera’s werden opgesteld aan haar deur en pennen werden geslepen om haar woorden te noteren. Telkens opnieuw. Telkens op vraag van de media. Zij zagen een sensationeel verhaal, dat kant noch wal raakt, en uiteindelijk bleek verzonnen te zijn. Uiteindelijk heeft de media ook een week lang miljoenen Vlamingen voorgelogen. In plaats van naar de waarheid uit te zoeken, hebben ze het als een geldkoe blijven uitgemolken. En uitlachen.

Kimberley kon ook makkelijk nee zeggen tegen de media. Wat als je niet bestendig bent tegen de druk van die media? Het kan zeer ver gaan als je niet over de intelligentie beschikt om te verwachten dat het je zelf grote schade kan berokkenen. En zo zijn er eerder al gevallen geweest. Onderschat de impact van media niet, ze manipuleert en verdraait, maar komt er steeds als beste uit. Is het niet de morele taak van de media om mensen voor  mogelijke kwalijke effecten te waarschuwen? Of ten minste adequaat met de situatie om te gaan. Het gaat hier om het meest persoonlijke van de mens. Een façade, een gezicht, een herkenning van het verdere lichaam en individu. Dat wist Kimberley ongetwijfeld ook toen ze zich liet tatoeëren, maar ze wist niets af van de mogelijke mediastorm die in ons Vlaanderenland zou luwen. De media kon dit ook niet op voorhand weten, maar ze wist duidelijk wel hoe ze het verhaal moesten orkestreren om er pakken geld mee te verdienen.

Het meervoudige optreden van de media verraadt dan wel dat haar verhaal niet klopt, maar rechtvaardigt dat de media om hen het respect voor een individu op te geven? Als het verhaal niet klopt, dan is het aan de journalist in kwestie om uit te zoeken hoe de vork dan wel precies in de steel zit. Het is niet moeilijk om aan een tatoeëerder te vragen of je echt in slaap kan vallen tijdens het zetten van tatoeages. Of dat een naald met inkt echt tot 2 cm diep kan gaan. Dat is journalistiek. Achterdochtig zijn voor wat gezegd wordt en op zoek gaan naar de waarheid. Jakhals Lex  kwam het best in de buurt en liet een heel ander licht op de zaak schijnen, maar moest  daarvoor wel vanuit Nederland afzakken. In België waren ze druk bezig met Kimberley uit te lachen.

De media besteden nauwelijks aandacht aan de omstandigheden. De man die haar de sterretjes gaf komt amper in de spotlights, al is hij wel een essentieel onderdeel in het verhaal. Nooit opgevallen dat de ouders niet in de media verschijnen, enkel de oom en grootouders? De media moesten toch benieuwd zijn naar de reactie van de mama en papa. Maar wat als die reactie de waarheid verklapt? Stel dat de oom geld rook, en Kimberley nu laat prostitueren voor de media en dus gebruik maakt van zijn ietwat naïeve, domme nichtje? Wat als ze de tatoeage wel mooi vond, maar onder druk van haar vader, die het resultaat walgelijk vond, de media ging voorliegen? Of wat als hetzelfde verhaal uit de doeken werd gedaan door een universiteitsstudent psychologie met welgestelde ouders? Wat als het in het slechtste geval ging om een aandachtszieke persoon die psychologische hulp nodig heeft en via haar sterretjes op een totaal verkeerde manier om aandacht schreeuwde? Media moeten twee keer nadenken alvorens ze schrijven. En als het dan om te lachen is, laat de mensen ervan mee genieten. Lach in dit geval met de tatoeage, maar lach zeker niet met de persoon.

Rouslan Toumaniantz: dader of slachtoffer?

Rouslan Toumaniantz: dader of slachtoffer?

Ook stellen de media zich amper vragen bij de methode van het zetten van de tatoeages of de procedure die ze daarvoor moet doorlopen. De tatoeëerder in kwestie neemt het namelijk niet zo nauw met de ethische codes die bestaan in de tatoeagesector. Elke tatoeëerder die zichzelf respecteert weigert resoluut om mensen in het aangezicht te tatoeëren. Losstaand van het feit dat ze amper 18 jaar is en het om haar eerste tatoeage gaat. Ook het feit dat hij de laserbehandeling wil betalen of dat ze maar voor vier sterren moet betalen, klinkt nergens vreemd in de oren. Niet eens de bedenking maken dat hier iemand zijn schuld wil afkopen? De Vlaamse media geven hem liever de kans wat reclame te maken voor zijn zaak. Dat Kimberley liegt, lijkt een uitgemaakte zaak. Wat als ze nu eens de waarheid spreekt? Ook al is die kans minder dan 1% en zijn er vele andere leugens doorheen geweven. Als je alles herleidt tot de basis en die zegt dat Toumaniantz zonder toestemming tatoeëerde? Dan spreken we niet meer van een “debiel meisje uit een marginaal gezin waarvan haar IQ even groot is als het aantal sterretjes op haar lelijk gezicht.” Neen, dan spreken we van strafbare feiten, niet in het minst van opzettelijke slagen en verwondingen.

Het collectief uitlachen lijkt zowat succesvolste hedendaagse TV-format te worden. En bijzonder doeltreffend, want de consument slikt alles. Lachen doet de mensen even hun ellende vergeten. En lachen met andere mensen doen we nog het liefst van al. Een fenomeen dat gevoed is door de eigen frustraties die we biologisch gezien moeten afreageren op soortgenoten. Het biedt voor de mens een vorm van compensatie voor alles wat er in het leven slecht kan gaan. Het is misschien te makkelijk om alle schuld op de media te steken. De lezer en kijker vandaag beslissen over wat morgen de media bereikt. En ze hebben beslist. Een overdreven aandacht voor het kwetsende faits divers, waardoor de zware onderwerpen achterwege blijven en zo de samenhang tussen mensen beetje bij beetje weggeduwd wordt.

Indien het meisje haar 56 sterretjes zou kunnen wegwerken met de nodige behandelingen, zal ze altijd blijven herinnerd worden aan haar Sterrenmeisjestijd. De massa, die heeft weer enkele weken geleefd in een kunstmatige vrede of happy period en wacht ongeduldig op een nieuw slachtoffer. De media heeft zijn rekening met centjes zien toenemen. Vraag is hoe lang mensen nog van dit soort media kunnen genieten. Of zoals Kimberley het zelf zegt: Ti te vele!

XTRA

Kimberley’s oom Davy Devalle reageert woedend op de media en de reactie van de mensen.

Het verhaal inspireerde sommige ( nu ja?) muzikanten

Oudere Berichten »