DEEL 2 - China: overheid en bedrijven leiden de dans
China en voetbal, het lijken twee culturen die onmogelijk met elkaar te verzoen zijn. Chinezen zijn morfologisch te klein en te individualistisch ingesteld om uit te blinken in een teamsport als voetbal. Een eerste WK-deelname in 2002 was eerder uitzondering dan de regel. China moet het eerder hebben van schoonspringers, tafeltennissers en gymnasten: sporten waar hun kleine gestalte en laag zwaartepunt voordelig zijn.
China en voetbal was tot voor kort alleen maar goed om aan de alarmbel te trekken: de gokmaffia heeft de geloofwaardigheid en sportiviteit van verschillende Europese competities aangetast.
De Europese voetbalsupporter associeert China en voetbal al te vaak aan de gokindustrie. De zaak-Zheyun Ye heeft een onuitwisbare indruk nagelaten op de Belgische en Finse competitie. Maar het is vooral de eigen Chinese competitie die in een diepe crisis raakte door de machtige en gevaarlijke gokmaffia.
Het gokschandaal, daterend uit 2009, werd geleid vanuit de top van het Chinese voetbal. De gokmaffia had de voorzitter van de Chinese voetbalbond volledig in haar macht. Verder raakten ook drie scheidsrechters, tien trainers en een veelvoud aan spelers betrokken bij het gokschandaal. Drie clubs werden tijdens het seizoen 2008-2009 uit competitie genomen. Het schandaal kelderde het imago van China als voetballand.
Nadat met de grove borstel de schuldigen werden blootgelegd en veroordeeld, moest de overheid het Chinese voetbal weer op de rails krijgen. Het land ging uit van eigen sterkste en wierp doeltreffende wapens in de strijd: een bloeiende Chinese economie en de machtige, gecentraliseerde overheid.
Chinese eersteklassers zijn in handen van grote bedrijven: de investeringen in het voetbal zijn gegarandeerd. Bedrijven gebruiken hun club immers als krachtig auditief marketinginstrument. Bijvoorbeeld: Tianjin Teda is in handen van TEDA Group en Changchun Yatai is in handen van Jilin Yatai Group.
Chinese bedrijven kopen club
De Chinese overheid stimuleerde rijke bedrijven om eigenaar te worden van een eigen voetbalclub. Vermoedelijk kregen ze in de plaats legale voordelen, alsook een vermelding in de naam van de club (cfr. een wielerploeg). Deze auditieve ondersteuning maakt investeren en sponsoren in Chinese clubs veel aantrekkelijker. De verbinding van een bedrijf met een voetbalclub levert een niet te onderschatten naamsbekendheid op.
Bedrijven als Shide Group (Dalian Shide) en CITIC Guoan Group (Beijing Guoan) sprongen als eersten op de kar en investeerden miljoenen euro’s in het Chinese voetbal, waardoor de voetbalclubs alsmaar kapitaalkrachtiger werden. Chinese clubs kregen de mogelijkheid om duurdere spelers aan te trekken – vooral afkomstig uit Oceanië en Zuid-Amerika. Door het aantal stijgende buitenlanders in China, steeg ook de buitenlandse interesse.
Het is pas recent dat Chinese clubs ook hoge transferbedragen uitgeven. Vooral het ambitieuze Guangzhou Evergrande is hier pionier in. Zo kochten ze vorig jaar onder andere Cléo weg bij Partizan Belgrado voor 4 miljoen euro. In 2011 verrast de club de hele voetbalwereld door de Argentijn Dario Conca voor 8,2 miljoen euro weg te kopen bij het Braziliaanse FC Fluminense.
Nooit eerder gaf een Chinese club zo veel geld uit voor een speler. Met deze transfer zet China zich officieel op de voetbalkaart, des te meer omdat Conca jaarlijks 10,6 miljoen euro op zijn bankrekening mag bijschrijven. Daarmee is hij de op drie na best betaalde voetballer ter wereld.

Dario Conca van Guangzhou Evergrande: met 10,6 miljoen euro per jaar de op drie na best betaalde speler ter wereld.
Een andere sterkte van Chinese voetbalclubs zijn de moderne voetbaltempels. Guangzhou Evergrande speelt wekelijks voor 45.000 supporters, Beijing Guoan voor 40.000 en Shanxi Chanba voor 38.000 supporters. Cijfers waar vele Europese clubs alleen maar van kunnen dromen. Chinezen hebben de sport in hun hart gesloten, en daar profiteren de eersteklassers van door wekelijks een hoge recette te draaien.
Competitievere competitie
Een tweede grote ommekeer kwam er door de Chinese voetbalbond. Zij tekenden voor de laatste hervorming van de competitie, doorgevoerd in 2011. Chinese voetbalclubs worden sinds dit jaar onderworpen aan strenge financiële voorwaarden. Zo moet het budget van een eersteklasser tussen 4,6 miljoen en 185 miljoen euro liggen. Het minimumbudget moet de competitie economisch gezond houden, het maximumbudget moet de concurrentie tussen de ploegen bewaren.
Als een club op het einde van het seizoen geen 3,3 miljoen euro aan seizoensinkomsten heeft vergaard, kan de voetbalbond de club laten degraderen op basis van economische zwakte. Door financiële zwakke teams te weren uit de competitie, blijft de kwaliteit van de gehele competitie gewaarborgd.
Ook op het vlak van accommodaties en jeugdwerking moeten Chinese eersteklassers aan strenge eisen voldoen. Zo moet de club (of bedrijf) eigenaar zijn van het stadion waarin het speelt en moet het over minstens vier oefenvelden beschikken, waarvan er een verlicht is. De clubs worden verplicht jeugdteams te hebben en jaarlijks 300.000 euro te investeren in hun jeugdwerking.
De Chinese talentenvijver is immens: als je bevolking uit meer dan 1,3 miljard mensen bestaat, moeten daar goede voetballers tussen zitten. Ondanks morfologische beperkingen en culturele verschillen.
Grootschalig voetbalproject Chinese overheid
Ook de Chinese overheid is op het voetbal gesprongen. Zoals altijd ziet de Chinese overheid het groots en vertrekt het vanuit een centrale structuur. De Chinese voetbalbond heeft een investeerder, Dalian Wanda Group, bereid gevonden om de komende drie jaar 55 miljoen euro te investeren in het Chinese voetbal.
Het geld wordt voornamelijk besteed aan het opleiden van de Chinese jeugd. Binnen drie jaar moet het aantal jeugdspelers van 7.000 naar 800.000 opgetrokken zijn. Daaruit worden de 100 beste talenten geselecteerd die ervaring mogen opdoen bij satellietclubs in Brazilië, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk. De Chinese voetbalbond heeft daarvoor contracten afgesloten met verschillende Europese topclubs.

Chineze eersteklassers spelen wekelijks voor meer dan 40.000 supporters. Weinig Europese ploegen doen hen dat na.
Bedoeling is om de talenten terug te halen naar China, zodat de voetbalcompetitie een kwalitatieve injectie krijgt. Tenslotte moeten Chinese clubs via de investeringen in staat zijn buitenlandse toptrainers aan te trekken. Dat idee lijkt te lukken, want zo staan onder andere Arie Haan (Tianjin Teda) en Phillipe Trousier (Shenzhen Ruby) aan het roer van een Chinese club.
Een voetbalcompetitie, clubs met aan het hoofd Europese trainers, aangevuld met economische kunstjes om voetbalclubs financieel te bevoorraden en spelers op te leiden. Tel daarbij ook nog eens een vanuit de Amerikaanse teamsporten (minimum- en maximumbudget, economische degradatie) overgenomen middelen om de concurrentie evenwichtig te houden en een niet-aflatende drang om te investeren in accommodaties en stadions.
Al deze maatregelen moeten van China een toekomstige voetbalgrootmacht maken. Vraag blijft of ze het individualistische uit hun cultuur krijgen en als een team ook kunnen strijden op de grote internationale tornooien. Want pas dan zal China een te duchten tegenstander zijn.
In deel 3: De Russische opmars in het voetbal