De toekomstige voetbalgrootmachten – Deel 3: Rusland

DEEL 3 – Rusland: Russische roebels en rivaliserende regio’s


Rusland en voetbal. Tijdens de Sovjet-Unie waren de  Dynamo-clubs steevast bovenaan te vinden, samen met het machtsvacuüm van de Moksovietse ploegen. Geheel toevallig was dat niet: het Dynamo-project was het fysieke opleidingsprogramma voor politieagenten doorheen de hele Sovjet-Unie, de ploegen uit Moskou kregen steun vanuit het Kremlin.  

In de oude Sovjettijden hadden de ‘staatsclubs’ enorme voordelen tegenover de rest, waardoor er eigenlijk van competitie niet veel sprake was. Enige concurrentie kwam van de Moskovietse ploegen CSKA Moskou (ontstaan uit het Russische leger),  Lokomotiv Moskou (ontstaan uit de nationale spoorwegen) en Spartak Moskou (ontstaan uit de grootste vakbond). Het intussen grote Zenit Sint-Petersburg was niet meer dan een regionale club van de toenmalige Lomo-staalfabrie0k in Leningrad.

De voormalige Sovjetcompetitie was vrij eenvoudig: de Dynamo-ploegen en ploegen uit Moskou verdeelden de titels. Alleen hier en daar een verdwaalde ploeg als Dnipro Dnipropetrovsk of Aarat Yerevan ging eens met de oppergaai lopen.

Samen met het afbrokkelen van de Sovjet-Unie en het communisme, zagen ook de tot dan grote ploegen hun greep op de competitie wegvloeien. De jaren ’80 schetsen het perfecte voorbeeld. De ‘idee’ Sovjet-Unie liep stilaan op zijn einde, presidenten volgen elkaar in sneltempo op en de economie raakt in verval. Ook de Dynamo-ploegen krijgen meer tegenstand. Alleen Dynamo Kiev kan met drie titels een vervolg breien aan de glorieuze Sovjetperiode. De anderen zoals Dinamo Moskou, Dinamo Minsk en Dinamo Tbilisi zakken weg of degraderen zelfs.

Perestrojka en Glasnost verdringen voetbal
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdween stilaan de macht uit de clubs.  Het Russische staatsgeld vloeide niet meer integraal richting het Dynamo-project. Het voetbal verdween enige tijd naar de achtergrond. Presidenten Gorbachov en Yeltsin moesten de wankele Sovjetrestanten slopen en de weg plaveien voor moderne Rusland. Deze periode staat historisch bekend onder de Perestrojka en Glasnost. Voetbal was daarin geen prioriteit.

De economische motor moest weer aanslagen, de werkloosheid moest dalen en de verouderde infrastructuur moest worden aangepakt. Eenmaal die klus geklaard was, kon opvolger Poetin bouwen aan de toekomst van het land. Gezondheid stond centraal in Poetins beleid. Fitte Russen kon afgedwongen worden door ze te laten sporten.

De paringsdans tussen oligarch en voetbalclub

Na de Perestrojka en Glasnost werd de focus verlegd. De Rus en zijn gezondheid kwamen op de eerste plaats. Poetin en de oligarchen investeerden miljarden in de sport.

Poetin overtuigde de grote Russische bedrijven te investeren in het voetbal. Die bedrijven ontstonden uit de puinhoop van de staatsbedrijven uit de Sovjet-Unie. Russische investeerders konden de bedrijven goedkoop aankopen, na enkele jaren werden ze superrijk. De Russische oligarchen werden geboren.

Het zijn die oligarchen die vandaag nog steeds het Russische voetbal voorzien van kapitaal.  Geld in voetbal investeren levert bedrijven een goed imago op. Het door de overheid gecontroleerde Gazprom kocht voor Zenit Sint-Petersburg een sterrenelftal dat de UEFA-cup kon winnen, iets wat Chelsea-eigenaar Abramovich voordien al had geklaard door CSKA Moskou financieel te voorzien via zijn bedrijf Sibneft.

Voetbalclub als wapen voor onafhankelijkheid

Tsjetsjeens president Kadyrov (centraal op de foto met handen rondom de sjaal) gebruikt Terek Grozny om afstand te nemen van Moskou en het Kremlin, op en naast het veld.

De laatste jaren komt er echter een tweede generatie van kapitaalkrachtige Russische clubs. Clubs die eigendom worden van deelstaten en dienen als marketingproduct voor de regio. Het moderne Rusland kampt immers met een stijgend aantal opstandige deelstaten die ijveren voor meer onafhankelijkheid, los van het Kremlin. Een sterke lokale voetbalgemeenschap moet die onafhankelijkheid benadrukken. In de huidige competitie spelen drie voorbeelden hiervan. Rubin Kazan werd in 2006 het uithangbord van Tatarstan, Terek Grozny vertegenwoordigt Tsjetsjenië. Het laatste megalomane imagoproject komt uit Dagestan en heet Anzhi Makhachkala. Dagestan en Anzhi rekenen daarvoor op de steenrijke zakenman/goudbaron/filantroop Suleiman Kerimov.

‘Image building’ kost handenvol geld. Daar is in Rusland echter geen gebrek aan. Het aantal stijgende kapitaalkrachtige clubs weerspiegelt zich ook in de transferuitgaven. In 2005 gaven de Russische eersteklassers samen 126,9 miljoen euro uit aan spelers, in 2010 was dat 212,8 miljoen euro. Vooral de spreiding van de transferbudgetten valt op. Daar waar vroeger vooral de grote vijf geld uitgaven (Lokomotiv, Spartak, Zenit, Dynamo en CSKA), worden ze vandaag bijgebeend daar clubs als Rubin Kazan, Anzhi Makhachkala en FK Krasnodar.

Het kapitaal haalt ook steeds grotere sterren naar Rusland: Danny en Bruno Alves (Zenit) Carlos Eduardo en Martins (Rubin), Dszudzsak, Boussoufa en Roberto Carlos en mogelijk ook Eto’o (Anzhi), Kuranyi en Voronin (Dynamo), Honda en Doumbia (CSKA), allemaal spelers die bij een Russische club op de loonlijst staan.

Met de hulp van de overheid

Geen enkele Russische club is eigenaar van zijn stadion. Alles wordt gefinancierd door sponsors en overheden.

Een ander argument waarom Russische clubs zoveel uitgeven aan spelers, is de financiële aanvoer van overheden. Geen enkele grote Russische clubs heeft een eigen stadion. Zo delen Spartak en CSKA Moskou het Luzhniki Stadium, een voetbaltempel met bijna 80.000 zitplaatsen. Zenit Sint-Petersburgs nieuwe stadium met 70.000 plaatsen is het resultaat van een huwelijk tussen de de stad en hoofdsponsor Gazprom. Dat impliceert een bepaalde onzekerheid voor de clubs, maar brengt ook mee dat zij nauwelijks onderhoudskosten hebben of leningen moeten aangaan om de bouw van een stadion te bekostigen.

De Russische overheid levert ook goed werk op gebied van jeugdwerking. Samen met Chelsea-eigenaar Abramovich investeert het in ‘The National Academy of Football’, een organisatie die sportprogramma’s opzet, voetbalvelden aanlegt en oude sportinfrastructuren renoveert. In de academie moeten Russiche topvoetballers rijpen. Toptalent Alan Dzagoev van CSKA Moskou is er een lichtend voorbeeld hiervan.

Nadelen?
Zijn er dan geen enkele nadelen aan de Russische competitie te vinden? Nadelen die de groei kunnen afremmen? Toch wel, de afstanden tussen de clubs is zo groot dat spelers meerdere dagen per week het vliegtuig nemen. Sommige Russische clubs liggen meer dan 3000 km uit elkaar. Naast de praktische beslommeringen voor spelers is dat vooral een nadeel voor de Russische supporter. Een gemiddeld inkomen kan geen reis van enkele duizenden kilometers bekostigen. Gevolg? Geen volledig gevulde stadions, wat voor een aanzienlijk inkomensverlies zorgt.

De geografische uitgestrektheid en het barre klimaat speelt het Russische voetbal parten.

Niet dat de clubs zich moeten bekommeren om geld, want de clubkas wordt gespijsd met overheids- of sponsorgeld. En daar wringt het schoentje. Een ploeg als FK Moskou was net aan een opmars bezig als in 2009 plots de hoofdsponsor zich terugtrekt. Weg geld, weg club. Het team wordt teruggezet naar de laagste Russische divisie. Andere eersteklassers die hetzelfde lot ondergingen de voorbije twee jaar zijn Saturn Ramenskoe en Torpedo Moskou. Ondanks een grote rijkdom  blijft het voortbestaan van een Russische club onzeker.

Verder zijn er veel dieper liggende problemen. De Russische maatschappij kampt al jaren met xenofobie, vreemdelingenhaat en verwoed nationalisme. Ook in het voetbal zit dat ingebakken. Zware misdrijven worden er nauwelijks bestraft. Zo werden de Zenit-fans die bananen richting Roberto Carlos wierpen, nooit vervolgd. Een ander nadeel dat ingebakken zit in de cultuur is – zonder te beledigen – corruptie. Russische transfers, contracten en wedstrijden worden nog al te vaak onder tafel geregeld.


Duel Moskou en Kaukasus
De sterker wordende competitie zorgt voor een dualiteit tussen het vanouds Moskovietse machtsblok en de recenter opkomende Kaukasusclubs. De clubs uit Moskou kijken met afkeer naar imagoprojecten als Anzhi en Terek uit de Kaukasus, omdat ze de macht van Moskou en bijbehorend Kremlin ondermijnen. Het voetbal is een politieke strijd geworden tussen het ‘echte’ Rusland tegenover de opstandige deelstaten als Dagestan en Tsjetsjenië. Het dreigende nationalisme maakt van het Russische voetbal een onrustige en onveilige competitie.

Vandaag is Rusland een bron van ergernis voor vele Europese supporters, maar meer dan ooit een competitie om in de gaten te houden. Steeds grotere namen trekken richting Rusland, voor steeds meer geld. Rusland heeft potentieel om in de top-5 van Europese competities te geraken. Op gebied van totale spelerswaarde bekleden ze voorlopig de 7de plaats, maar op gebied van rijkdom verdringt het Frankrijk stilaan van de 5de plaats. Om verder te stijgen, zal de Russische competitie wel zijn gebreken moeten wegwerken en het ietwat negatieve imago oppoetsen. Benieuwd of het land dat tegen 2018 allemaal lukt, want dan is het het gastland voor het WK. Het moet het toonbeeld worden van Ruslands groei in de voetbalwereld.


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.