Het Ijslandse voetbalsucces verklaard

 go0609-2015-0375

6 september 2015. Zo’n 9800 supporters beleven op een regenachtige avond een historisch moment in Laugardalsvöllur, het nationale stadion in de IJslandse hoofdstad Reyjkjavik. 0-0 wordt het tegen die andere voetbaldwerg Kazakhstan. Aan dat ene puntje heeft het sympathieke maar raadselachtige landje van Sigur Ros en Björk wel genoeg om zich voor het eerst in de geschiedenis te kwalificeren voor een groot internationaal tornooi.

Een landje van amper 329.000 inwoners, nooit eerder kwalificeert een kleiner land zich voor een EK voetbal. 3% van de bevolking zit op die bewuste 6 september in het stadion. Met de cijfers vallen nog andere opvallende statistieken op: 1 op de 14.300 IJslanders zit in de nationale voetbalselectie. Om een vergelijking te geven: in België is dat bijna 1 op de 495.000, in Nederland 1 op de 739.000 en in Europese grootmacht Duitsland meer dan 1 op de 3,5 miljoen.

Binnenlandse competitie verwaarloosbaar

Om maar te verduidelijken, Ijsland is een voetbaldwerg. Met een verwaarloosbare competitie. Een kalenderseizoen duurt amper 22 wedstrijden en die over een tijdspanne van 5 maanden wordt gespeeld. De 7 andere maanden ligt de competitie stil. Doodeenvoudig omdat het weer het niet toelaat. Te guur, te koud. De kampioen kwalificeert zich voor de 1ste voorronde van de Champions League. De stadions tellen vaak maar tussen de 1.000 en 5.000 plaatsen. In het nationale stadion Laugardalsvöllur kan je bovendien vrij rondlopen en zelf een stapje zetten op het voetbalveld.

De spelers zijn voornamelijk semi-professionals, buiten de intussen vele Ijslanders die in het buitenland spelen. Het gemiddelde jaarloon van een speler in de Ijslandse competitie bedraagt 25.000 euro. Een goedbetaalde voetballer op het Europese vasteland verdient dat bedrag al snel per dag. Vele spelers hebben dan ook een beroep naast het voetbal. Hallgrimsson, de assistent van bondscoach Lagerbäck die na het EK naar alle waarschijnlijkheid de fakkel overneemt, is bijvoorbeeld tandarts. Doelman Halldorsson klust bij als regisseur.

Toch heeft het land een topsportsportcultuur. IJsland draait al jaren mee in de top van het Europese basketbal en handbal. Daarnaast heeft het land successen geboekt in andere sporttakken als zwemmen, atletiek en judo. Maar IJsland heeft bovenal een brede sportcultuur. De favoriete sport van de Ijslander is zwemmen. IJsland telt niet minder dan 160 zwembaden (1 zwembad per 2000 IJslanders). Die zijn vaak open van 6u30 tot 22u00, zodat de IJslander na zijn dagtaak kan zwemmen.

In en rond de zwembaden ontstaan vaak omnisportverenigingen: clubs die zowel een zwem-, voetbal-, basketbal of handbalteam hebben. Ook op school gaat de nodige aandacht naar sport: voornamelijk handbal en voetbal. 21.500 IJslanders zijn aangesloten bij een voetbalclub: 6,5% van de totale bevolking. Vergelijkbaar met Nederland (6,6%), Duitsland (7,8%), maar meer dan België (3,8%).

Van die 21.500 aangesloten zijn er steeds meer die met succes carrière maken op de Europese voetbalvelden. Dat heeft het land te danken aan verschillende factoren. Een eerste en belangrijkste is ongetwijfeld het beleid dat de IJslandse voetbalbond sinds begin jaren ’00 voert.

Het duurt tot na de eeuwwisseling alvorens de Ijslandse voetbalbond het potentieel van zijn voetballers benut. De sportinfrastructuur was tot eind jaren ‘90 niet aangepast aan het harde en gure klimaat van het land, waardoor vaak in sneeuw, modder en snijdende wind moest getraind en gespeeld worden. Enkele maanden per jaar kon de IJslandse jeugd zelfs niet voetballen en moesten de talenten hun conditie onderhouden met handbal of basketbal. Vanaf 2001 bouwt de bond overal in het land voetbalhuizen. Indoorhallen met kunstgrasvelden waar de jeugd het hele jaar door kan voetballen en trainen.

Vandaag beschikt het land over een twintigtal van die overdekte voetbalvelden en 4 kleine indoorhallen. Daarnaast zijn er ook nog eens 150 kleinere kunstgrasvelden in scholen, waar de jeugd heel het jaar door na of tussen de lessen door kan voetballen. Een waanzinnig aantal als je rekening houdt met het inwonersaantal (329.000) van het land.

2006 ithrottahus akran_opt
De Akraneshöllin. Eén van de vele indoorhallen die de IJslandse voetbalbond liet bouwen.
ffca173ef68ccca58978b8b1e3a40b1b
Ook in scholen werden veldjes aangelegd. Zo kunnen IJslandse kinderen voor, tijdens en na de schooluren het hele jaar door voetballen.

Velden voor iedereen

De voetbalbond spoort lokale overheden aan om te investeren in die infrastructuur. In vele landen zijn het vaak de clubs die zo’n velden aanleggen of huren en zijn dan ook alleen bedoeld voor spelers van hun club. Minder gegoede clubs en hun aangesloten leden worden daardoor uitgesloten van de faciliteiten. Niet zo in IJsland. De velden zijn in handen van de overheid die clubs verplichten om gebruik te maken van de sportinfrastructuur. Velden waar iedere IJslander gebruik van mag maken. Bovendien moeten clubs – ook eersteklassers – elke IJslander aansluiten die dat wil.

Doordat veel spelers – ook in de meer afgelegen gebieden – over goede trainingsfaciliteiten beschikken, kan op elke plek IJslands voetbaltalent ontwikkeld worden. Daarom heeft de voetbalbond scouts in alle uithoeken van het land. Omdat het land niet groot is, is volgens de voetbalbond de kans onbestaande dat het een talent niet opmerkt.

Egilshöll
Het IJslands voetbalmodel steunt op twee zaken: goede infrastructuur en opleiding. De ingrediënten om het geringe voetbalpotentieel ten volle te benutten.

Meer opgeleide trainers dan welk land ook

Op die kunstgrasvelden wordt sinds 2001 de techniek en tactiek van de talenten ontwikkeld. De IJslandse voetbalbond stelt in 2002 Sigurdur Ragnar Eyjolfsson aan als technisch directeur aan om ook het niveau van de trainers te verhogen. Omdat IJsland over een klein potentieel aan voetbaltalent beschikt met amper 329.000 inwoners, vindt de voetbalbond het belangrijk om het aanwezige talent op de best mogelijke manier op te leiden.

Eyjolfsson vertienvoudigt het aantal beschikbare trainersopleidingen, die intensief worden gevolgd. IJsland heeft geen duizenden trainers nodig, tussen de 600 en 700 trainers met diploma volstaan om het voetbal omhoog te krikken. 70% van hen heeft een UEFA-B-diploma, de andere 30% een UEFA-A-diploma. In Ijsland is er vandaag ongeveer 1 gediplomeerde trainer per 500 inwoners.

Het gemiddelde opleidingsniveau van de trainers is daarmee één van de het hoogste in de wereld. Om de baan van jeugdtrainer nog populairder te maken, worden de trainers in IJsland goed betaald, maar blijft je kind laten voetballen goedkoop voor de ouders. Op jonge leeftijd al wordt drie tot vier keer per week getraind.

De voetbalbond gaat ervan uit hoe sneller een kind het spel begrijpt en kan voetballen, hoe meer en beter het zal trainen. Niet alleen tijdens de trainingssessies, maar ook daarbuiten. Elk kind moet daarom de kans krijgen om van een gediplomeerde trainer te leren. Elke club heeft uitstekende faciliteiten en elke club heeft opgeleide trainers, van kleine lokale club tot eersteklasser: iedereen start met dezelfde middelen en mogelijkheden die voor iedere IJslander toegankelijk zijn. Die stabiliteit verbetert volgens de IJslandse voetbalbond de jeugdopleiding.

Door het lage inwonersaantal is het voetbalpotentieel in IJsland gering. Maar het talent dat het land heeft, wordt maximaal ontwikkeld. Bijna alle jeugdtrainers in IJsland hebben een trainersdiploma UEFA-A of UEFA-B. Geen enkel land doet beter.

 

1331758-28628780-1600-900
Gylfi Sigurdsson van Swansea City. Voor velen de beste IJslandse voetballer van deze generatie. De Gouden Generatie.

Het DNA aanspreken

Maar het succes van het huidige IJslands voetbal heeft niet alleen te maken met de uitbouw van de sportfaciliteiten en gediplomeerde trainers. Een professionele voetbalcarrière uitbouwen betekent vaak jarenlang hard knokken en vechten. En laat dat nu bij elke IJslander in het DNA zitten. IJslanders maken relatief lange werkweken en het BNP per hoofd van de bevolking behoort tot de hoogste ter wereld. De gemiddelde pensioensleeftijd ligt rond de 70 jaar.

Sociologen noemen het de Vikingmentaliteit. Door de eeuwen heen hebben de IJslanders tegenslagen opgevangen door nog harder te werken. Ze willen geen hulp van buitenaf en proberen zich op hun manier aan te passen aan het harde leven en isolement van het eiland. De IJslander heeft vechtlust ‘gekweekt’ om op één of andere om te kunnen gaan met de grillen van het land. Bovendien heeft een IJslander een enorme veerkracht en kan hij zich snel aanpassen aan een nieuwe omgeving. Daarbij leren ze ook vaak de taal  en gebruiken van hun omgeving. Denk aan Eidur Gudjohnsen of Arnar Vidarsson die quasi perfect Nederlandstalig zijn.

IJsland staat bekend als een hardwerkend land. Het BNP per capita behoort tot het hoogste ter wereld. Doorgaans gaat een IJslander pas rond zijn 70ste met pensioen. Die werkkracht zien we ook terug in hun nationaal voetbalelftal.

Eigenzinnige þetta reddast

‘þetta reddast’ is het motto van IJsland, in het Nederlands zoiets als: ‘het komt wel goed’. Aan de ene kant zijn de IJslanders relaxed in elke omstandigheid, misschien wel té, maar dat maakt ook dat ze weinig of geen stress hebben en vaak onbevangen zijn. Maar het verwijst ook een beetje naar apathische onverschilligheid.  þetta reddast wil ook zeggen: ‘als er een probleem is, probeer het op te lossen. Als het niet lukt, doe gewoon iets anders.’- Het wijst op het vastberaden en eigenzinnige karakter van de gemiddelde IJslander.

Voorgaande eigenschappen maakt dat de IJslandse voetballer – gekoppeld aan een steeds betere techniek – vaker de weg vinden naar het buitenland. Denk aan Gylfi Sigurdsson van Swansea City en zijn naamgenoot Ragnar bij FK Krasnodar, Finnbogason van Olympiakos, Gudmundsson van Charlton en Sigthorsson van Nantes. En ondanks dat hun eigen competitie zwak is, weten ze ook daar voordeel uit te halen: IJslandse voetballers zijn relatief goedkoop en dus heel interessant voor buitenlandse clubs. Doordat IJslanders vaker in het buitenland trainen en spelen, gaat het niveau van de nationale ploeg omhoog.

642x999_7981524
Lagerbäck na de kwalificatie van IJsland voor het EK in Frankrijk. Zijn aandeel in het succes is niet te onderschatten.

Lars Lagerbäck: het meesterbrein puzzelt

Uiteraard moet dat DNA vertaald worden op het veld. Daarom stelde IJsland in 2011 de Zweed Lars Lagerbäck. De Zweed zal het zelf nooit zeggen, maar hij behoort bij de beste hedendaagse bondscoaches. Sinds 1990 werkt hij op internationaal voetbalniveau. Hij loodste Zweden vijf opeenvolgende grote tornooien en verbaasde in 2002 vriend en vijand door op het WK de groep des doods te winnen, met tegenstanders Engeland, Argentinië en Nigeria.

Maar meer dan een meester-tacticus is Lagerbäck een voetbalfilosoof. Als hij in 2010 bondscoach van Nigeria wordt, dompelt Lars zich volledig onder in de Afrikaanse cultuur en de gedragingen van zijn spelers. Ook bij IJsland gaat Lagerbäck zo te werk. Hij verdiept zich in IJsland en de bevolking en ontdekt zo de mentaliteit die zowel hij als de IJslanders bezaten: hardwerkend, onbevangen en eigenzinnig.

Het systeem van Lagerbäck

Lagerbäck voert een professionalisering door bij zijn aanstelling. Zo moeten de spelers niet langer met commerciële lijnvluchten naar tegenstanders vliegen, maar worden vluchten gecharterd door de IJslandse voetbalbond. Daarna begint Lagerbäck met zijn opbouw van zijn team. Hij gebruikt de ploeg die deelneemt aan het EK U21 in Denemarken in 2011 als fundament voor zijn ploeg. Spelers die alle jeugdreeksen samen doorlopen hebben en daardoor perfect op elkaar ingespeeld zijn. Opmerkelijk ook allemaal spelers die rond de eeuwwisseling 12 of 13 jaar worden, het moment waarop de voetbalontwikkeling begint. Bijna alle huidige internationals hebben dus genoten van betere accommodaties en opgeleide trainers.

Lagerbäck schaaft aan een ouderwetse 4-4-2 met veel beweging zonder de bal zodat ten allen tijde de organisatie overeind blijft. De Ijslanders teren op hun fysieke kracht en kopbalsterkte en zijn daardoor levensgevaarlijk op stilstaande fases. Maar alle individuele klasse moet wijken voor het teambelang.

Zo moet ook de topscorer in dienst van de ploeg spelen en mee verdedigen. Lagerbäck houdt vast aan één plan dat iedereen verstaat en kan uitvoeren. Iedere pion weet in het IJslands elftal wat hij wanneer moet doen. Hij geeft geen moeilijke theoretische looplijnen of aanvalspatronen mee aan de spelers, maar wil alleen zo snel mogelijk aan de overkant van het veld raken.

Ijsland speculeert daarom op de reactie: het staat defensief sterk en zakt diep terug bij balverlies, maar schakelt in balbezit pijlsnel om naar de tegenaanval. En ondanks dat de IJslandse voetbalbond weinig middelen om oefenwedstrijden of trainingsstages te organiseren, beschikt de groep over een uitstekende teamgeest en goed op elkaar ingespeelde spelers.

2023876_w2
In IJsland wordt de Zweed op handen gedragen. ‘God’ en ‘Bevrijder van het eiland’ zijn maar enkele bijnamen die de IJslandse voetbalfans aan Lagerbäck geven.

De cijfers tonen de opmars

Maar een trainer wordt altijd afgerekend op resultaten. Wel, die zitten sinds de aanstelling van Lars in 2011 in de lift. Hij mist op een haar na het WK 2014 in Brazilië – IJsland verliest in de playoffs van Kroatië. IJsland stijgt van plaats 131 naar plaats 23 op de FIFA-wereldranglijst. Van zijn 35 wedstrijden die hij tot nu toe coacht, wint Lagerbäck er 16, speelt hij 6 keer gelijk en verliest 13 keer.

Schrik dus niet als Ijsland straks in Frankrijk niet als een dwergje met 0 punten huiswaarts keert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s